Caroline van Lankveld geeft lichaamsgerichte psychotherapie, mindfulness- en compassietraining in Zeist. Vooral de combinatie van die drie is volgens Van Lankveld hetgeen dat lichaam, hart en hoofd in balans brengt.

“Ik heb zelf een burn-out gehad, drie zelfs. Mijn eerste burn-out kreeg ik toen ik 27 jaar was. Toen ben ik begonnen met mediteren om mijn hoofd wat rustiger te krijgen en wat beter met spanning om te kunnen gaan. Ik heb meerdere meditatietechnieken geprobeerd en ik ben toen vanzelf op het pad van mindfulness terechtgekomen.

Tijdens mijn herstelprocessen heb gemerkt dat het belangrijk is om je lichaam wat meer daarin te integreren. We zijn namelijk erg geneigd om tijdens zo’n proces alleen het  hoofd centraal te stellen. Bij lichaamsgerichte psychotherapie breng je het lichaam en de geest in balans. Dit doe je door te kijken wat je ervaart in je lichaam en waar plekken van spanning of ontspanning zitten. Is het bijvoorbeeld druk in je hoofd of juist niet? Heb je überhaupt contact met je hart en dus met je verlangen, je passie en wat je graag wil? Dat zijn allemaal manieren om te controleren of daar balans in is, of dat een van die poolen oververtegenwoordigd is. Het is heel belangrijk om te kijken hoe het met je lijf is.

Ik ben er van overtuigd dat als ik nooit een burn-out had gehad, mijn pad dan heel anders was geweest. Ik heb er heel veel van geleerd. Het heeft mij gevormd tot wie ik ben en geleid tot het werk dat ik nu doe. Het werk waar ik heel veel plezier in heb. Ook was ik waarschijnlijk niet zo specifiek met burn-outs gaan werken, dat komt echt door mijn eigen ervaringen.

Voorafgaand aan mijn eerste burn-out was ik erg gericht op materiële zaken, zoals bijvoorbeeld een lease-auto en een telefoon. Nu ben ik veel meer gericht op de dingen die mij gelukkig maken en die ik belangrijk vind in het leven. Ik vind werk nog steeds belangrijk, maar er zijn andere dingen die nog veel belangrijker zijn, zoals je gezondheid en je hobby’s. Dat ben ik veel meer gaan waarderen.

Wat ik interessant vind, is dat de leeftijd van mijn cliënten steeds jonger wordt. Eerst kwamen er veel mensen die rond de veertig of vijftig jaar waren. Dit is nu aan het verschuiven richting de eind-twintigers. Veel jongeren komen hier en geven aan dat ze eigenlijk niet goed weten wat ze in hun leven willen. Ze weten niet wat voor studie ze moeten doen of zoeken hun identiteit. De millenniumgeneratie staat voor ontelbaar veel mogelijkheden en keuzes, hierdoor weten ze niet meer wat ze nou echt willen. Ik ga met hen op zoek naar hun verlangens, kwaliteiten en waar ze plezier in hebben. Van daaruit zoeken we naar een werkrichting of identiteit.”