Het nieuwe jaar is van start gegaan en voor veel Nederlanders is dit, zoals elk jaar, het startschot om weer te beginnen met de strijd tegen de kilo’s, en dat betekent: calorieën tellen, minimaal drie keer per week naar de sportschool en elke dag hopen op een zichtbaar resultaat op de weegschaal.

Iemand die tijdens de oudjaarsreceptie tien oliebollen heeft gegeten, kan de volgende dag met enkel een stuk fruit in haar maag vijf kilo hardlopen. Waarschijnlijk weten de mensen met dit goede voornemen stiekem ook wel dat dit jojo-effect geen zin heeft, maar toch lijken ze er toch écht van overtuigd dat het dit keer gaat lukken. Deze overtuiging wordt volgehouden tot er op een zwak moment een stukje chocolade wordt gegeten en de afgelopen weken voor niks is geweest: volgend jaar een nieuwe poging.

Het is voor mij volkomen begrijpelijk dat het getal op de weegschaal cruciaal kan zijn als iemand om medische redenen drastisch moet afvallen of aankomen, maar in de meeste gevallen vraag ik mij toch altijd af: Waarom is dat getal op de weegschaal toch zo belangrijk? Ik ben ervan overtuigd dat iemand met maatje 36 niet per definitie gezonder is dan iemand met maatje 46. Waarom associëren we een gezond lichaam dan toch met een slank lichaam? Naar mijn idee is het belangrijk om ons te focussen op wát we eten in plaats van hoeveel we eten. Ik denk dat het gezonder is om een grote groenteschotel van 1000 calorieën te eten, dan een hamburger van 400 calorieën.

Ik zal niet zeggen dat ik een expert ben op dit gebied, want ik voldoe totaal niet aan het stereotype fit girl, maar toch ben ik ervan overtuigd dat een slank lichaam los staat van een gezond lichaam. Ik hoop dat meer mensen dit zullen realiseren in 2019. Of je nou maatje 36 hebt of 46: het is goed om af en toe stil te staan bij de voeding die je binnenkrijgt. Is die goed genoeg? Dan is je maat ook goed genoeg.