Binnen de Indische gemeenschap komen er steeds meer frustraties naar boven. Excuses worden constant gemaakt, maar niet de excuses waarnaar ze smachten.

De voormalige koningin Beatrix wilde in 1995 excuses aanbieden aan Indonesië voor de fouten die Nederlanders daar tijdens de politionele acties hebben gemaakt, maar willen is niet hetzelfde als doen. De Indische Kwestie vraagt om erkenning van én verontschuldiging voor de behandeling van de Nederlanders uit Nederlands-Indië, door de opeenvolgende Nederlandse regeringen na de Tweede Wereldoorlog.
Ook met het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) laat de Nederlandse Staat hun nalatigheid zien. Het KNIL was van 1830 tot 1950 de heersende legermacht in Indië. Na het verliezen van de kolonie werden de KNIL-militairen naar Nederland gehaald. Niet omdat ze dit wilden, maar omdat ze in Indonesië werden gezien als medewerkers van de vijand. De KNIL-militairen hebben nooit uitbetaald gekregen voor hun werk in Nederlands-Indië. De schuld ligt omgerekend op 5,7 miljard euro. De voormalige militairen die op 15 augustus 2015 nog in leven waren, kregen een eenmalige uitkering van 25.000 euro. Daar zijn nog geen 600 mensen van over, wat betekent dat het meeste geld in de zak van de Nederlandse Staat is gebleven.
Ook in Zeist woonde er een KNIL-militair. Henri van Zanten was de eerste-luitenant bij de Infanterie van KNIL.

Het Traktaat van Wassenaar is nog zo’n kwestie. De toenmalig president van Indonesië, Soekarno, had samen met de regering een akkoord ondertekent, het traktaat. In dit traktaat staat dat Indonesië een bedrag van 689 miljoen gulden moest betalen aan de Nederlandse Staat. Dit geld is bedoeld voor de Indische Nederlanders die in de periode van 1947 – 1962 in Indië woonden en moesten vluchten. De Nederlandse Staat houdt dit bedrag nog steeds achter.
Van de 500.000 vluchtelingen werden 341.000 in Nederland toegelaten. Van deze 341.000 rechthebbende bestaat de groep uit nog maar zo’n 60.000 mensen.

Het archief met de schadeclaims is opgeslagen in de kelder van het ministerie. Er staan 5.537 dossiers van zowel particulieren als bedrijven. Het ministerie heeft het voornemen ze in de loop van 2020 te vernietigen. Dit betekent dat men niet meer kan bewijzen dat zij claim hebben op het geld. De gemiddelde leeftijd van de rechthebbende is 66 jaar en zijn vaak de kinderen van de eerste generatie van Indische mensen in Holland.

“De Staat heeft zo lang gewacht tot de rechthebbende oud zijn of zelfs zijn overleden. Op deze manier hoeven ze het geld niet uit te betalen,” vertelt Jane, de dochter van een eerste generatie Indo.