De gemeente heeft besloten maatregelen te nemen wat betreft de vernieuwde marktindeling, om zo de winkeliers rondom het marktplein in Zeist tegemoet te komen. Dit na vele klachten van de ondernemers. Zo wordt er onder andere gekeken naar de mogelijkheid om een aantal kramen te verschuiven.

Sinds de herinrichting van de markt, een van de eerste projecten van de metamorfose die het centrum van Zeist ondervindt, begin september, stromen de klachten van winkeliers binnen. De marktkramen staan veel dichter op de omliggende winkels en zo kijkt een gedeelte van de winkels aan tegen de achterkant van de marktkramen en missen ze hier naar eigen zeggen klanten en omzet.

Ook winkelier Akke Planthof is boos. Ze is de trotse eigenaar van woonwinkel Orlanda Woonplezier op het marktplein, maar sinds de nieuwe opstelling van de markt in gebruik is genomen staat de viskraam recht voor haar deur. Hierdoor hangt er in haar winkel elke marktdag een vislucht. “Als de geur van vis mijn winkel binnen komt drijven kun je maar één ding doen; de deur dicht houden. Dat voelt zo verkeerd.” Planthof is verder wel te spreken over de nieuwe uitstraling van het plein, alleen dus niet over de indeling van de markt. “Ik wil graag zichtbaar zijn en min of meer deelnemen aan de markt, aan het winkelend publiek.” Dit is op dit moment helaas niet mogelijk omdat de marktkramen sinds september de andere kant op staan, waardoor haar winkel uitkijkt op de achterkant. Verder komt volgens de onderneemster al het doorgaand verkeer nu over het voetpad voor haar winkel. Ook andere winkeliers hebben hier last van. Zo betreffen een groot gedeelte van de klachten van de ondernemers storende fietsers, brommers en passerende auto’s op de Weeshuislaan. Ze is blij dat er nu naar haar klachten geluisterd is. “Ik heb vorige week met de wethouder over de markt gelopen om mijn kant van het verhaal te doen. Ons is nooit wat gevraagd. Bij mij staat er een visboer op zes meter afstand van mijn voordeur. Aangezien ik met gordijnen en tapijten werk is dat de stomste plek voor zo’n kraam om te staan. Vis is lekker, maar niet in je winkel.”

De gemeente gaat nu dus maatregelen nemen. Zo gaan ze in overleg met de winkeliers samen kijken hoe ze het marktplein veiliger en aantrekkelijker kunnen maken. Verder wordt het verzoek van de winkeliers om zichtbaarder te zijn ook in overweging genomen. Tevens komt er, volgens de gemeente, een betere handhaving op overtredingen van fietsers, fout geparkeerde auto’s rondom de markt en voertuigen die het beeld op de markt rommelig maken.

Daarnaast gaat, om de geuroverlast van de markt zo minimaal en de hygiëne zo optimaal te houden, de Omgevingsdienst Regio Utrecht controles uitvoeren hierop. Ook komt er een regelmatig overleg tussen winkeliers en marktondernemers. Verder is de gemeente op dit moment in gesprek met enkele eigenaren van marktkramen om op vrijwillige basis te schuiven met kramen. Hiermee wil de gemeente de markt opener maken, door wat meer open kramen langs de Weeshuislaan te positioneren. Op den duur gaat de gemeente de opties bekijken wat betreft nog een herindeling van de markt. Dit is op dit moment niet mogelijk vanwege de beperkte ruimte op het marktplein.

Enkele marktondernemers zijn het hier echter niet mee eens, en zijn juist heel erg te spreken over de nieuwe indeling van de markt. Zo zegt Jan van Diermen, eigenaar van de viskraam: “Het is super de luxe. We hebben geen drempels meer, geen trappen meer. Er zijn mooie banken gesitueerd zodat de mensen hier kunnen plaatsnemen in het zonnetje. Het winkelend publiek kan nu wat langer op de markt verblijven en ‘funshoppen’.” Tevens is de visboer van mening dat de winkeliers kunnen meeliften op het succes van de markt. “Er is bewijs dat winkels nou eenmaal meer omzet genereren op een marktdag.” Hij vindt de maatregelen die de gemeente nu wil gaan nemen belachelijk. “Wij zijn geen speelballetje waar je steeds maar mee kunt blijven schuiven. Ik was eerst ook totaal niet blij met deze plek, maar nu weten de mensen me te vinden en verkoop ik goed. Voor de consumenten is het ook goed zo.” Hij is van mening dat de gemeente genoeg moeite heeft gedaan en dat het een keer afgelopen mag zijn met het ‘vingertje wijzen door de winkeliers’.