Het Beauforthuis was afgelopen vrijdag het podium voor De Uitdaging van Thijs Borsten. Bij De Uitdaging gaan twee muzikanten met andere muziekstijlen aan de haal met hun eigen en elkaars repertoire. Om kwart over acht vulde ongeveer honderdvijftig liefhebbers van jazz en wereldmuziek de zaal in afwachting van Lílian Vieira en Arnold Veeman.

Vijf minuutjes later dan gepland betreden drie muzikanten onder applaus van het publiek het podium. Thijs Borsten neemt plaats achter de piano, Arno van Nieuwenhuize achter het drumstel en Xander Buvelot pakt zijn basgitaar. Met z’n drieën spelen ze een stuk waarna Borsten het publiek welkom heet.

Hij vertelt hoe de drie, die zelf ook uit verschillende muziekgenres komen, op dit idee kwamen. “We kregen het idee om te spelen met gasten uit andere genres en te kijken waar dat toe zou leiden. Onze eerste paar shows waren erg slecht, maar naarmate we meer optraden werd het steeds beter.” Met dit concept treden ze op bij verschillende theaters.

Borsten kondigt de eerste gast aan. Ze is geboren in Brazilië, zangeres van de band Zuco 103 en volgens Borsten een “ontzettend leuk mens”. Lílian Vieira betreedt het podium en begint meteen in het Portugees aan haar eerste nummer. Met zichtbaar veel plezier brengt ze een Zuid-Amerikaanse sfeer in de zaal. Vieira staat te swingen op het podium en de kruk naast haar is gedwongen om dat ook te doen.

In tegenstelling tot Vieira, kende Borsten de volgende gast nog niet. Hij had zich over laten halen door zijn vrouw, die volgens hem “een goede smaak heeft voor mannen.” Het publiek lacht. Zanger van het zogenoemde polderchanson, Arnold Veeman, komt op. Hij zingt vrolijk zijn Groningse nummer Dichtbie terwijl hij zichzelf begeleidt op zijn gitaar. Vieira zit leunend tegen de piano aan, te genieten van Veeman en zijn muziek.

Wanneer Veeman het einde van het nummer bereikt, kondigt hij aan dat hij in de lucht een kerk gaat schetsen, het publiek moet raden welke. Fluitend begeleidt hij zijn vinger door de lucht. “De Martinikerk”, klinkt het vanuit het publiek en dat is de juiste. “We doen er nog eentje.” Weer beschrijft hij fluitend de kerk, deze is moeilijker om te raden. Nadat het stil blijft in de zaal vertelt Veeman het zelf: “De Martinikerk ná de aardbeving.” Het publiek lacht. Dit doet hij omdat hij solidair is met degenen die op dat moment de fakkeltocht lopen in Groningen.

Borsten staat op vanachter zijn piano en legt uit dat hij om zijn gasten beter te leren kennen, heeft gevraagd of zij foto’s mee wilden nemen. Vieira vertelt aan de hand van foto’s over haar geboortedorp in Brazilië en over de tijd dat ze net in Nederland was. Ze gaat een liedje zingen dat haar moeder vroeger altijd voor haar zong. Op de wand achter het podium wordt een filmpje van haar moeder die dit liedje zingt geprojecteerd. De band speelt mee met haar en niet veel later lost Vieira haar moeder af.

Daarna is Veeman aan de beurt. Hij vertelt over zijn achtergrond en de documentaire die in 2009 van hem door zijn broer werd gemaakt. Hij gaat One Day I’ll Fly Away van Randy Crawford zingen. De strijkers in dat stuk doen hem denken aan zijn ouderlijk huis. De sfeer in de zaal is intiem. Terwijl Veeman zingt worden er op meerdere plekken in de zaal verliefde blikken uitgewisseld of armen om elkaar heen geslagen.

Vieira en Veeman zingen meerdere van hun eigen stukken samen, zij in het Portugees, hij in het Gronings. Het publiek knikt met hun hoofd tevreden op de maat en ook de twee muzikanten zijn content. Meerdere keren spreken ze af om samen een stuk op te nemen: “Wat vinden jullie, moeten we een single opnemen? Vind ik ook, doen we!” Voordat de twee een van Vieira’s nummers samen zingen biecht ze wat op: “Ik vind jouw tekst in het Gronings eigenlijk mooier.”

Tussen de nummers door staat Borsten af en toe op om wat te vertellen. “Omdat jullie zo goed meedoen heb ik een cadeau voor een van jullie. Dit kan naar reclame ruiken, maar dat is het echt niet,” zegt hij als hij hun eigen CD tevoorschijn haalt. Degene die het volgende nummer aan de hand van de eerste tonen kan raden, krijgt de CD. Bij de eerste tonen springen diverse mensen schreeuwend op. Het nummer is Formidable van Stromae en een dame op de eerste rij neemt de prijs in ontvangst. Veeman en Vieira zingen samen en net zoals bij een van Veemans eerdere uitvoeringen op de avond, is het publiek aangedaan.

De twee spelen nog een spelletje waarbij ze op een humoristische manier zingend vragen beantwoorden. De avond eindigt met een duet dat ze samen hebben geschreven. Onder luid applaus treden de vijf muzikanten af, waarna er voor het publiek drankjes klaar staan in het café van het Beauforthuis.