“Gelieve uw schoenen uit doen voordat u de danszaal betreedt”, staat er op een bordje voor de deur van de danszaal. Hier en daar liggen er wat sneakers en laarzen voor de deur, maar ook liggen er schoenen voor mensen met een beperking.

De laatste dansles van de cursus inclusiedans in het kunstenhuis in Bilthoven is aangebroken. Inclusiedans houdt in dat dansers, met en zonder een fysieke beperking, samen dansen. Deze lessen werden afgelopen weken elke zaterdagmiddag door Eva Uppenkamp (32) gegeven, die vanaf 2012 al les geeft in deze dansvorm. Ze is begonnen in Frankrijk waar ze danstherapie studeerde aan de université Paris Descartes. “Ik was altijd gewend om te dansen met andere professionele dansers tot dat een van mijn theater studenten vroeg aan mij of ik ook met haar wilde dansen. Ik vond dit nogal spannend , want zij had naast dat ze geen dansachtergrond had, maar één been. Het bleek uiteindelijk een super mooie ervaring waarbij we zoveel nieuwe mogelijkheden ontdekten om samen te kunnen bewegen.”

Wanneer iedereen binnen is, kan de les beginnen. Ze beginnen in een kring die bestaat uit de danslerares en vijf cursisten waarvan er drie fysiek beperkt zijn en twee niet. De danslerares vraagt zich af of er blessures zijn en/of er iets is wat je graag wilt oefenen of herhalen in deze les. Er zijn weinig tot geen blessures en iedereen heeft er vooral erg veel zin in. “Dan gaan we lekker dansen”, zegt de danslerares terwijl ze naar de muziekinstallatie loopt.

Iedereen krijgt een grote glimlach wanneer de muziek aan gaat. De lerares komt terug in de kring staan. “Begin je lichaam maar vanuit de steun van de vloer of je stoel te bewegen, waar jij je fijn bij voelt.” Alle lichaamsdelen worden apart behandeld. De kring waarin ze staan, verdwijnt langzaam wanneer ze aankomen bij de heupen en bekken. De bewegingen van de dansers worden groter en ze dansen meer in de ruimte. Wanneer ook de benen erbij komen en ze met heel het lichaam mogen bewegen, wordt er door heel de danszaal gedanst.

Voor May Peters (15) is dit de eerste keer inclusiedans. “Ik merk dat dansen met mensen met een beperking veel persoonlijker is. Het gaat veel meer om wat je voelt in plaats van dat je gewoon een dansje ‘na doet’.

De lichamen zijn warm en de volgende oefening is een bekende oefening bij de dansers. ‘Kastelen bouwen’, één iemand neemt in het midden van de zaal een pose aan en de andere dansers bouwen daar een kasteel omheen. Als het kasteel is gebouwd, wordt het kasteel stapje voor stapje weer afgebouwd. Diegene die de eerste pose heeft aangenomen, moet er als eerst uit en zo verder. Dit gaat de groep nog best makkelijk af. “We gaan de oefening iets moeilijker maken en jullie mogen het voor elkaar ook iets uitdagender maken.” De oefening blijft hetzelfde alleen moet de groep het kasteel nu bouwen op een vierkante meter. De groep kijkt elkaar bedenkend aan. Georgette Goené (60) zit in een rolstoel en die zal de vierkante meter grotendeels opvullen. Door goed samen te werken, zorgen ze er alsnog voor dat er, op een vierkante meter, een kasteel komt te staan. “Ik zit dan wel in een rolstoel, maar ik voel me niet gehandicapt. Bij inclusiedans, dans je echt met je gevoel en met je hart, daarom kan ik er veel emoties in kwijt. Je doet het ook echt samen en het is mooi dat we van elkaars mogelijkheden kunnen leren.

Bij de volgende oefening is samenwerking ook erg belangrijk. “Jullie gaan als een school visjes van de ene kant van de zaal naar de andere kant van de zaal bewegen. Het belangrijke hierbij is dat er wel bij elke beweging een contactpunt blijft.” De groep beweegt samen naar de overkant. Van hand tot knie tot voet houden de dansers contact met elkaar. Door de bewegingen van de rolstoel van Georgette komen er onverwachts bijzondere en sierlijke bewegingen.

De dansles wordt afgesloten met een vrije invulling, “we doen wat we willen”. Door heel de danszaal wordt er gedanst. Sommigen dansen solo en anderen zoeken elkaar op.

De droom van danslerares Eva is dat iedereen zich zou kunnen inschrijven voor alle danslessen, of je nu een beperking hebt of niet. “Ik hoop dat we ons in de toekomst bewust gaan worden dat we mensen met een beperking niet alleen maar ‘speciale’ opties moeten geven, maar dat het juist belangrijk is dat iedereen mee kan doen in de maatschappij. We kunnen enorm veel van elkaar leren.”