Ze was altijd al bezig met muziek. Toen ze het niet meer naar haar zin had op haar werk bij de gemeente, is ze naar de Schumannacademie gegaan. Zo kwam ze, via een stage, terecht bij Zangschool Utrecht en sinds 2014 is ze zelfstandig verder gegaan met Zangstudio Zeist. In dit interview vertelt Ineke Niezen over hoe ze is begonnen met zingen, de toekomst van haar zangcarrière en Zangstudio Zeist.

Het is niet zo dat ik nu helemaal ontdekt moet worden, daar ben ik ook te oud voor

“Als kind zong ik al, in de eindmusical op de basisschool wilde ik de rollen met muziek en vroeger bij de kerk moest ik altijd solo’s zingen. Dat ik goed kon zingen was altijd al wel iets dat opviel. Toen was er iemand in de kerk, de predikant, die zelf ook zangles had en die zei tegen mijn moeder: “Zou het niet wat zijn als Ineke op zangles gaat?”. Toen was ik veertien of vijftien. Ik ben toen bij een vrouw terechtgekomen in Amsterdam, Johanna van der Neut uit den Boogaard, het was zo’n mevrouw die zo heel duidelijk sprak, ze had een enorme voorgevel, ze was zo’n hele vierkante mevrouw met zo’n knot. Ze was heel vriendelijk, hoor. Ik dacht: ‘oh help, ik word later ook zo.’ Ik vond het eigenlijk wel leuk om te doen en het mocht ook van m’n ouders. Dat heb ik toen heel lang gedaan, ik ben ook nog bij een andere koor gaan zingen. Ik heb eigenlijk nooit muziekles gehad, maar ik was wel altijd met muziek bezig en het zat er gewoon al heel jong in maar het werd van huis uit niet gestimuleerd, want er was geen geld voor. Die was autoriteit natuurlijk. Toen ik ging studeren ben ik bij een studentenkoor gegaan, maar toen begon ik er last van te krijgen dat ik niet zo goed noten kon lezen. Ik wilde er toch meer van, dus ben ik gaan zoeken naar een opleiding. Ik had toen al m’n studie gedaan, verschillende banen gehad, drie kinderen gekregen en ik had het op een gegeven moment ook niet meer naar m’n zin op m’n werk bij de gemeente. Toen zei m’n man: ‘Waarom ga je niet naar het conservatorium?’ Dus zo kwam ik op de Schumannacademie. Toen ik zangles had en had bedacht dat ik naar het conservatorium wilde, zei er ook iemand tegen mij: “Waarom ga je zelf niet zingen, want daar word je blij van.” Dus ik had aan mijn zangdocent gevraagd of ik voor publiek zou kunnen zingen en toen ze dat als iemand het wel kon, was ik het wel. Toen heb ik een pianist gezocht en ben ik gaan zingen. Het is niet zo dat ik nu helemaal ontdekt moet worden, daar ben ik ook te oud voor. Mensen komen na afloop wel eens naar mij toe en zeggen: ‘Ik ben helemaal ontspannen’ of ‘Ik kreeg er tranen van in m’n ogen.’ De tijd staat dan helemaal stil en mensen kunnen dan heel even weg dromen. Dat is het mooiste compliment dat je kan krijgen. Als mensen dat tegen je zeggen, heb je kennelijk een talent en ik vind dat je dat dan ook moet laten horen of laten zien.

Ik ben begonnen met zangles geven bij Zangschool Utrecht. Ik heb eerst HBO-jeugdwelzijnswerk gestudeerd, toen ben ik sociale wetenschappen gaan studeren aan de Universiteit Utrecht en daarna ben ik in het beleidswerk terechtgekomen bij de gemeentelijke overheid. Toen ben ik conservatorium gaan doen, dat was op de Schumannacademie. Na je 28e mag je eigenlijk niet meer naar het conservatorium, want dan is het te duur. Ik was toen in de dertig, dus ik kon daar niet meer terecht en toen ben ik op de Schumannacademie terechtgekomen. Je moest daar stage lopen en ik was op dat moment zangeres in een octet, dus met z’n achten, en daar stond een dirigent voor, dat was Thea Bakker van de Zangschool Utrecht. Dus ik heb aan haar gevraagd of ik bij haar stage mocht lopen, ze stelde toen voor dat ik een dependance van de Zangschool in Zeist zou openen, maar dat wou ik helemaal niet. Maar toen dacht ik dat als ik nee zeg dan vraagt ze het aan iemand anders en als ik ja zeg dan rol ik er zo een beetje in. Zo heb ik dus uiteindelijk zeven jaar les gegeven voor de Zangschool, ik heb ook nog een dependance in Driebergen gehad. Op een gegeven moment wilde Thea zich meer in Utrecht gaan concentreren en dus dan kon ik hier in Zeist doorzetten,  want ik had er toch al zoveel jaar in gewerkt en ik vond het leuk.’ Dus sinds september 2014 ben ik voor mezelf bezig. Het heet nu Zangstudio Zeist en het is met name een lessenpraktijk. Het is best wel veel werk.

Kinderen hebben een hele open blik en ze kunnen heel veel inbrengen juist doordat ze zo spontaan zijn

Aan kinderen zangles geven vind ik leuk omdat kinderen heel puur zijn en eigenlijk altijd net even anders reageren. Ik ben zelf altijd heel associatief. Kinderen hebben een hele open blik en ze kunnen heel veel inbrengen juist doordat ze zo spontaan zijn. Dat vind ik dan heel erg leuk aan kinderen. Ik heb ook wel eens een leerling gehad en die zei: ‘Ik kom na de vakantie denk ik niet meer.’ Toen vroeg ik waarom en toen kreeg ik als antwoord: ‘Ja, want m’n hoofd zit vol met liedjes.’ Het leuke van vakantie is dat je alles even helemaal mag vergeten, dus dan kan je weer helemaal opnieuw beginnen, heb ik toen gezegd. Ze is toen nog twee jaar gebleven. Ik heb vroeger in de jeugdhulpverlening gewerkt, veel met kinderen waar iets mee was. Ik merk ook dat kinderen die het op school die niet zo makkelijk hebben of heel hooggevoelig zijn, heel verlegen of heel druk dat die juist langer blijven hangen dan de kinderen die eigenlijk ‘normaal’ door het leven gaan. Die komen alleen maar om iets te halen en de kinderen die het echt pakt, die komen omdat ze het leuk vinden. Ik ben niet een hele strenge juf, dus ik denk dat dat ook wel scheelt. Als je je op je gemak voel, dan kom je wel. Mijn speelse kant komt bij kinderen ook tot uiting. Bij volwassenen zie je dat ze het best spannend vinden om in hun eentje les te nemen, want voor je gevoel sta je een beetje in je blootje (ook al ben ik de enige die het hoort). Veel volwassenen komen dan toch omdat ze iets willen leren en niet omdat ze dan de ‘diva van Zeist’ willen worden. Ik had bijvoorbeeld iemand die hoger wilde leren zingen en dan blijkt iemand de laagte niet los te kunnen laten, dus die komt de hoogte niet goed in. Ik had toen gezegd dat ze moest gaan zingen en ondertussen de krant door midden moest scheuren, dus dan doe je iets anders om niet alleen maar met je stem bezig te zijn. Toen scheurde ze die krant doormidden, maar pakte ze die stroken weer vast, dus dan doet ze precies hetzelfde als wat ze met haar stem doet. Dat is eigenlijk ook zoeken naar iemands eigen persoon en dat vind ik het leuke van die volwassenen. Ik vind het heel dierbaar dat ze hun zwakke kanten durven te laten zien en dat we daar dan ook samen plezier om kunnen maken, maar er komen ook wel eens andere dingen bij naar voren. Dus ik put uit verschillende bronnen: de jeugdhulpverlening, ik heb ook op het conservatorium gezeten, ik heb mijn speelse kant met grapjes. Ik heb ook woensdag Pilates les en daar pak ik dan oefeningen uit waarbij je je lichaamsbewustzijn vergroot. Je moet voor zingen mooi rechtop staan. Ik heb dus van die flex banden gekocht en daar moet ik oefeningen mee doen, dus we zijn opeens dit jaar ook met dat soort oefeningen bezig. Of van die egelballetjes om je voetzool te masseren zodat je steviger staat. Het werkt ook en dat vinden de kinderen ook leuk, omdat het even wat anders is en dat vinden de volwassenen uiteindelijk leuk omdat ze het effect merken. Dus alles wat ik zie kan ik een les stoppen. Dat is dus ook het leuke van dit vak, dat je heel vrij bent in je interpretatie. Het moet natuurlijk wel klikken, dus eerst komt er iemand voor een proefles waarin ik aangeef wat ik doe en hoe ik werk. Het komt niet vaak voor, maar je hebt soms wel eens mensen die dan toch iets anders willen.

Voorlopig ga ik er wel mee door. Ik hoef er niet van te leven, als dit m’n enige kunnen zou zijn, zou ik dat denk ik niet leuk vinden want puur lesgeven vind ik soms helemaal niet zo leuk. Ik ga hier mee door zolang ik het leuk vind. Als er op een gegeven moment geen leerlingen meer zijn, dan heb ik ook geen zin om daar heel diep triest van te worden. Het is wel fijn dat je heel erg vrij bent, dat je je week zelf plant en dat ik aan huis kan werken. Ik weet ook niet wanneer ik stop met zelf zingen. Ik wil niet ondergaan als een mevrouw die de hoge noten niet meer kan halen, maar zoals het nu gaat gaat het goed.”