Ingrid Deij (70) organiseert iedere eerste vrijdag van de maand een gesprekscafé over leven en sterven in het wijkcentrum Binnenbos in Zeist. In dit café wil zij het taboe dat heerst op praten over sterven doorbreken. "De mensen die bij het gesprekscafé aansluiten zijn dankbaar dat ze met elkaar kunnen praten over onderwerpen die met ziekte, eenzaamheid of verlies samenhangen."

Ingrid Deij heeft voor haar pensioen gewerkt als geestelijk verzorger bij Hospice Heuvelrug waar ze mensen met een levensverwachting tot ± drie maanden begeleidde bij het sterven. Deij merkte dat veel mensen niet goed voorbereid zijn op het einde en het lastig vinden om over de dood te praten. Daarom organiseert zij maandelijks een gesprekscafé, om mensen gelegenheid te geven hierover met elkaar te praten. Er wordt ook gesproken over de feestdagen, omdat dit een hele eenzame periode is voor ouderen en depressieve mensen. Deij zou graag jong en oud betrekken bij het gesprekscafé. De huidige bezoekers zijn 40+.

De deelnemers aan het café zijn 40 jaar en ouder, maar je wilt in het nieuwe jaar meer jongeren betrekken. Wat zou jij deze jongeren willen meegeven?

“Aandacht. De grootste doodsoorzaak onder jongeren is suïcide, maar ik zie zelden jongeren in het gesprekscafé. Ik zou deze jongeren met name aandacht willen geven. Er zijn veel jongeren die een moeilijke jeugd hebben gehad, bijvoorbeeld door een slechte opvoeding vanuit de ouders, of door pesten, en die daar in hun tienerjaren nog altijd last van hebben. Een zelfmoordpoging kan een schreeuw om aandacht zijn. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de psychische gevolgen van misbruik en aanranding. Depressiviteit komt ook veel voor. Jongeren hebben vaak geen vertrouwen in de toekomst, voelen zich eenzaam. Uiteindelijk lijkt suïcide dan de enige oplossing voor hun problemen te zijn”

En hoe is dit bij anderen?

“De mensen die bij het gesprekscafé aansluiten zijn dankbaar dat ze met elkaar kunnen praten over onderwerpen die met ziekte, eenzaamheid of verlies samenhangen. De bezoekers die aanschuiven delen hun ervaringen en daar komen bijzondere gesprekken uit voort. Suïcide komt voor bij jong en oud, dus ook bij ouderen. Er kwam een paar keer een oudere meneer, die een suïcidepoging had gedaan.  Zijn leven viel hem zwaar, hij vond het fijn om erover te praten met de hele groep.

Je hebt een achtergrond als geestelijk verzorger waarbij je mensen begeleidt bij het sterven en nu organiseer je een gesprekscafé over leven en dood. Hoe kijk jij tegen euthanasie aan?

“Ik vind het bijzonder dat Nederland het eerste land is waar euthanasie mogelijk werd. Ik vind het goed dat het kan, maar ik vind eigenlijk dat je het niet moet doen. Ik heb een christelijke achtergrond en geloof dat het nog niet klaar is als je doodgaat. Ik geloof dat je je lichaam achterlaat en verdergaat met je levenservaring. Ik weet niet of je op het moment dat je euthanasie pleegt daarboven al verwacht wordt. Ook voor een dokter is het ontzettend moeilijk, want die heeft een eed afgelegd om het leven te dienen. Het verlenen van euthanasie op verzoek staat daar haaks op”

Wordt er tijdens het gesprekscafé ook over euthanasie gesproken?

“Er wordt af en toe over gesproken. Er zijn bezoekers die al bij hun dokter een wilsverklaring over euthanasie hebben ingeleverd, maar toch hopen dat de dood vanzelf gaat. Sommige mensen vinden nu dat euthanasie een mooie manier van doodgaan is. Euthanasie is voor mij een noodoplossing als je onmenselijk aan het lijden bent. Besef wel dat je ook in de laatste fase geholpen kunt worden door sedatie, je merkt dan geen lijden meer.”

De meeste mensen brengen de feestdagen door met familie en vrienden en op 1 januari wens je iemand een gelukkig en gezond nieuwjaar. Hoe ervaren de bezoekers van het gesprekscafé deze tijd?

“De feestdagen kunnen een hele eenzame periode zijn. Ik hoor met name van ouderen boven de 80, die nooit kinderen hebben gekregen, dat zij de feestdagen alleen doorbrengen. Familie of vrienden zijn vaak niet meer in leven of zijn ook opgenomen in een instelling, waardoor ze niet de mogelijkheid hebben om te feestdagen met vrienden en kennissen door te brengen. Gelukkig wordt er in de instellingen wel veel aandacht besteed aan de feestdagen.”

Hoe ervaar jij het verband tussen sterven en religie?

“In mijn tijd als geestelijk verzorger bij Hospice Heuvelrug heb ik veel mensen begeleid bij het sterven, dus ook gelovigen. Het is belangrijk om rekening te houden met verschillende religies. Omgekeerd heb ik een keer een Islamitische vrouw begeleid die aan mij vroeg of ik met haar wilde bidden op de manier waarop ik dat gewend ben.  Ik kende geen Islamitisch gebed. Ze was dankbaar dat ik dat voor haar wilde doen. Voor het Islamitische geloof is het een religieuze plicht om een stervende op te zoeken. We hebben weleens veertig mensen op bezoek gehad bij Hospice Heuvelrug, dat ging maar net, het is maar een kleine afdeling. Ik wil wel zoveel mogelijk leren over hoe ik het beste rekening kan houden met religies. Daarom heb ik een keer een afspraak gemaakt met een Imam die mij vertelde waar ik rekening mee moet houden als ik iemand begeleid met een Islamitische achtergrond. Deze Imam gaf aan dat de stervende ook af en toe alleen moet zijn om zich te kunnen voorbereiden op het sterven.”