Timo Bekker is sinds 2010 koster-beheerder van de Evangelische Broedergemeente in Zeist. Wat begon als vrijwilligerswerk, is voor Bekker inmiddels een fulltime baan geworden. Tijd voor een gesprek met Bekker waarin hij verteld hoe hij aan deze unieke baan gekomen is.

Mijn ouders waren aangesloten bij de Christelijk Gereformeerde kerk alleen daar voelde ik mij niet zo op mijn plek tijdens mijn jeugd. Ik ben dus een beetje op zoek gegaan. In dezelfde periode ontmoette ik mijn vrouw en zij had een beetje hetzelfde gevoel. Om een kerk te vinden die ons wel beviel zijn we dus eigenlijk samen gaan ‘kerkshoppen’. Een contact van mijn vrouw zei dat we eens een keer bij de broedergemeente moesten komen omdat het een hele actieve gemeente is. Toen zijn we een keertje geweest en dat beviel ons heel erg goed. Vervolgens zijn we toch nog een beetje verder wezen kijken maar later kwamen we bij een bepaalde viering weer terug hier bij de kerk en kregen we echt een warm welkom van: Hey, leuk dat jullie er weer zijn! Wij dachten wat is dit? We horen niet bij de kerk maar worden wel als gemeentelid verwelkomd! Dit heeft ons doen besluiten om vaker terug te gaan en uiteindelijk hebben we onszelf aangesloten bij de kerk.

Hoe bent u in de positie van koster-beheerder terecht gekomen?

Na een tijdje werd ik vrijwilliger bij de kerk, ik hielp dan vaak mee met het klaarzetten van spullen voor speciale gelegenheden in de kerk en soortgelijke zaken. In 2010 ging de andere koster-beheerder met pensioen. Toen kwamen ze, omdat ik plezier had in het vrijwilligerswerk, met de vraag: Is het iets voor jou om dat over te nemen? Ik was destijds werkzaam in de transportwereld en mijn vrouw werd ziek en ik moest een baan dichter bij huis zien te vinden. Deze baan als koster-beheerder kwam dus eigenlijk als een geschenk uit de hemel. En dit geschenk is goed bevallen. Als koster-beheerder ik ben verantwoordelijk voor de zaalverhuur en voor de zaterdag- en  zondagdiensten. Dus op het moment dat er bijvoorbeeld een concert is komen ze bij mij voor de organisatie en tijdens de kerkdiensten ben ik verantwoordelijk voor het reilen en zeilen binnen de dienst. Dat is mijn taak. Kortom, van het een kwam het ander, dan ga je wat vrijwilligerswerk doen en uiteindelijk ben ik verantwoordelijk ben voor de aansturing van 22 vrijwillige zaaldienaren waarmee ik samen zorg dat alles als een goed geoliede machine loopt, heel bijzonder.’’ 

Uw baan is dus vergelijkbaar met een kantoorbaan?

Ja, zo kan je het wel zien. Het is een 36-urige baan, al zijn er ook weken bij waarin ik wel 100 uren maak.  Het is dus in tegenstelling tot wat veel mensen denken, geen vrijwillige baan. Eigenlijk moet je het zo zien dat de kerk zelf, de liturgische diensten, slechts 20 a 25 procent van mijn werk is. De andere 75 procent zit ik puur in de verhuur van zalen voor concerten, lezingen, bruiloften, congressen en ga zo maar door. De zaal wordt voor veel meer dingen gebruikt dan alleen de kerkdiensten op zaterdag en zondag.’’

Eigenlijk heeft u dus van uw hobby uw werk gemaakt?

Ja zo kan je het wel zien. Ik ben als vrijwilliger begonnen als een soort hobby en uiteindelijk heb ik hier mijn baan van kunnen maken. Ik houd echt van mijn werk en ik doe het graag. De broedergemeente heeft een bijzonder plaatsje in mijn hart en dat draag ik ook uit.

Bent u niet een beetje jong en hedendaags voor een koster?

Ja, dit wordt veel gezegd. Ik ben ook lid van de kostersbond en dat is wel grappig. Wanneer ik daar ben ik ook wel een van de jongeren die in het vak zit inderdaad ja. Dat heeft denk ik ook wel te maken met het feit dat onze kerk een vrij actieve kerk is waar erg veel gedaan wordt buiten het feit dat je de kerk nodig hebt. Het is dus wel handig dat je wat jonger en misschien ook wel wat sportiever bent. Want het is wel hard werken als koster-beheerder!