Vijfde editie van de Nationale Overblijfdag

Vandaag was de vijfde editie van de Nationale Overblijfdag. De ruim zestigduizend overblijfmedewerkers worden op deze dag in het zonnetje gezet. Het Overblijf Magazine is mede-initiatiefnemer van de Nationale Overblijfdag. Hoofdredacteur Coen Schaap legt uit waarom deze dag in het leven is geroepen. Ingeborg van den Bosch is coördinator van de Comeniusschool in Zeist en geeft het overblijfteam vandaag ook een extra blijk van waardering.

Algehele waardering
“Het idee kwam van Saskya Wiegel, omdat zij overblijfmedewerkers graag wilde bedanken voor het belangrijke werk wat zij doen. Veruit de meesten doen dit werk geheel vrijwillig. Ze dragen veel verantwoordelijkheid met zich mee. Vanuit de redactie van het Overblijf Magazine zijn we toen begonnen om dit idee concreet uit te werken. Zo kwamen we uiteindelijk op de Nationale Overblijfdag die jaarlijks terugkeert. Het is een beetje net zoals Secretaressedag: een dag waarop de waardering wordt uitgesproken voor de secretaresses. Echter worden overblijfmedewerkers niet betaald voor het werk wat zij doen. Ouders zien ook niet altijd in hoe belangrijk overblijfmedewerkers zijn. Ze moeten immers omgaan met veel verschillende kinderen en soms ook lastige situaties. Ze zitten tussen alle vuren in maar worden ondergewaardeerd. Het doel van deze dag is daarom het creëren van een algehele waardering voor overblijfmedewerkers.”

Overblijftaken
Sandra Menzing is al zeker 11 jaar overblijfmedewerker. Wat zijn de taken van de overblijfmedewerkers eigenlijk? “Rond kwart over 12 gaan we de klas in om de docent te helpen. De kinderen zijn dan aan het eten en we houden dan samen de boel in de gaten. We ruimen het lokaal op en daarna gaan we gezellig met de kinderen naar buiten. Kinderen vertellen ons ook heel veel. Met de leerkracht praten ze over de lesstof, en bij ons kunnen ze dan de andere dingen kwijt. Bijvoorbeeld over hoe ze zich voelen.” Coen vertelt dat het Overblijf Magazine verschillend promotiemateriaal ter beschikking stelt om deze dag onder de aandacht te brengen. “Scholen kunnen een print voor een taart bestellen om uit te delen aan de overblijfmedewerkers en kleurplaten die de leerlingen kunnen inkleuren om als bedankje te geven.”

Logo van de Nationale Overblijfdag 2019.

Stukje emancipatie
Volgens Coen is emancipatie van de overblijfmedewerkers belangrijk. “Wij hopen dat de overblijfmedewerkers beter zichtbaar worden. Een stukje emancipatie is daarbij ook van toepassing. Een tijd terug hebben we een enquête afgenomen om te kijken welke term het meest geschikt is. Daaruit kwam ‘overblijfmedewerker’ als beste optie. Het zijn niet enkel moeders meer die overblijven, want genoeg mannen doen tegenwoordig mee.” Zo ook op de Comeniusschool in Zeist. Er een vast overblijfteam bestaande uit acht vrouwen en drie mannen. “We zijn blij dat we drie heren in ons overblijfteam hebben. De kinderen vinden het ook erg leuk. Het voelt vertrouwd, want ze zien steeds dezelfde gezichten tijdens het overblijven”, vertelt Ingrid van den Bosch. Ingeborg is coördinator van de basisschool. Ze kwam vorig jaar achter het bestaan van de Nationale Overblijfdag en besloot mee te doen. “Ik coördineer nu een aantal jaar op deze school. De directrice die hiervoor werkzaam was, vond het ook belangrijk om meer waardering te uiten voor de overblijfmedewerkers. Op de Comeniusschool wordt gewerkt met de 7 gewoonten van Stephen Covey. Deze eigenschappen voor effectief leiderschap vormen een pedagogische leerlijn die kinderen op een speelse manier aangeleerd krijgen. “Onze overblijfmedewerkers hebben daar ook een cursus over gekregen, over wat het precies inhoudt en wat je ermee doet. We vinden het belangrijk om ze hierbij te betrekken. Je kunt wel zeggen ‘het zijn maar de overblijfmedewerkers’, maar ze zijn gewoon ontzettend belangrijk voor ons.”

Meer betrokken 
Coby Bruggink begon 10 jaar geleden als overblijfmedewerker. “Deze school is verbonden aan de Evangelische Broedergemeente en ik ga naar die kerk. Mijn kinderen zaten hier vroeger ook op school dus het leek me daarom leuk om op deze school aan de slag te gaan. Ik doe dit met veel plezier en vind ons team ook erg fijn.” Marion Schouten kende iemand die al werkzaam was als overblijfmedewerker. “Ze vroeg toen aan me: is dit niks voor jou? Het leek me hartstikke leuk en zo ben ik begonnen. Ik vind het tot nu toe ook erg leuk.” Marion stelt dat het goed is voor de leerkrachten om tussen de middag het werk even uit handen te geven. “Ze kunnen er dan de rest van de middag weer helemaal tegenaan.” De overblijfmedewerkers waren zelf niet op de hoogte van de Nationale Overblijfdag. Ze waren zichtbaar verrast door de kaart en bloemen die Ingeborg ter attentie had uitgedeeld . “Voorheen stonden we op ons eigen eilandje”, vertelt Sandra. “Maar we zijn nu veel meer betrokken geraakt bij de school.” Coby is het daar mee eens. “We worden ook bij andere schoolactiviteiten betrokken, zoals de eindmusical en schoolreisjes. Wij krijgen hier het hele jaar genoeg waardering voor het werk.” Op het schoolplein is het een drukte van jewelste. De kinderen rennen vrolijk door elkaar en spelen verschillende spelletjes. Binnen in de hal zit een huilend meisje op de stoel, wachtend tot de overblijfmedewerker haar wond schoonmaakt en er een gaasje op plakt. Daarnaast zitten twee jongetjes die met elkaar hebben gevochten. Al snel wordt de ruzie bijgelegd en beloven ze plechtig om rustig verder te spelen. Deze situaties horen ook bij het overblijven. Als overblijfmedewerker moet je daarom flexibel zijn.

Eigen bankje
Therese Hasewinkel heeft haar zilveren jubileum behaald als overblijfmedewerker en kreeg daarom haar eigen bankje op het schoolplein. “Dit wordt alweer mijn 26ste jaar. Mijn drie kinderen zaten hier op school. Ze waren toen op zoek naar overblijfmedewerkers, maar ik beheerste de Nederlandse taal nog niet. Ik kom namelijk uit Haïti en heb in Zimbabwe gewoond. Aangezien ik graag de taal wilde leren, besloot ik om aan de slag te gaan.” Aan al die jaren heeft Therese genoeg grappige anekdotes overgehouden. “Ik kan me nog herinneren dat ik een keer iemand mafkees hoorde zeggen. Wat een mooie naam, dacht ik toen. Ik vertelde het mijn man thuis en hij zei dat ik het maar niet zomaar moest herhalen”, vertelt Therese lachend. “Ik heb mijn Nederlands echt te danken aan de schoolkinderen. En zo leerde ik de kinderen op mijn beurt weer wat Franse woordjes bij.”

Therese Hasewinkel op haar bankje ter ere van haar zilveren overblijfjubileum.

Foto: Ilham Oukhiar
Foto: Ilham Oukhiar

Heb je tips, opmerkingen of vragen voor de redacteur? Stuur een mailtje naar: ilham.oukhiar@student.hu.nl