ZEIST – In het gemeentehuis vond op maandag 9 december een bijeenkomst plaats over de mogelijke komst van windmolens en andere groene energie opwekkers naar Zeist. De gemeente ging op deze avond met bewoners in gesprek over de voorwaarden waaraan deze energiebronnen dan zouden moeten voldoen. Onze redacteur was aanwezig om de sfeer te proeven.

‘Het is een groepje van niks ten opzichte van de bevolking´, merkt een inwoner al snel op bij de opening van de avond. Een man of zestig heeft zich verzameld in de trouwzaal van het gemeentehuis om te praten over duurzame energie in de gemeente Zeist. De jongeren in de zaal zijn op één hand te tellen. Daarnaast is een groot deel van de opkomst ook nog eens zelf werkzaam bij de gemeente.

De plannen

Toch is er ook goed nieuws over de opkomst. De meeste belangstellenden wonen al geruime tijd in Zeist, en zijn ook van plan om er nog minstens tien jaar te blijven wonen. Niet geheel onbelangrijk, want zo’n windmolen staat er natuurlijk niet zomaar.

‘In Zeist hebben we niet zo heel veel potentie voor het opwekken van duurzame energie’, merkt Remco Spoelstra, klimaatadviseur voor de gemeente Zeist op. Toch wil de gemeente zoveel mogelijk bijdragen als mogelijk is. De avond gaat dan ook niet zozeer over de vraag óf er iets moet gebeuren. ‘Het gaat erom, áls we het al doen, wat dan de voorwaarden zouden moeten zijn.’ aldus Wouter Catsburg.

De bijeenkomst maakt deel uit van de Routekaart naar duurzame energie, die te vinden is op de website van de gemeente Zeist. Op deze avond wordt vooral gefocust op zonne- en windenergie. De potentiële locaties hiervoor worden nog onderzocht, maar toch wordt er alvast overlegd met de bewoners over de voorwaarden waaraan deze locaties zouden moeten voldoen.

Windmolens en zonnevelden

Er zijn verschillende thema’s waar de belangstellenden over in gesprek gaan. Op de afdeling windmolens zijn medewerkers van de gemeente, bewoners en het bureau dat de mogelijke locatie van de windmolens onderzoekt aanwezig. Vragen aan hen zijn er volop. De belangrijkste voorwaarden waarover moet worden gesproken zijn het geluid (‘ongeveer het geluid van de koelkast’), de slagschaduw (in hoeverre krijgen bewoners last van een irritante, bewegende schaduw?) en de veilige afstand voor de bewoners. Over al deze thema’s zijn bij bewoners zoveel zorgen, dat de sprekers amper aan het woord komen.

Ondertussen worden bij de sessie over zonnevelden druk papiertjes verspreid over een kaart van de gemeente Zeist. De vraag is simpel: waar zouden eventueel zonnevelden kunnen komen? Op de plekken die door bewoners worden afgekeurd, worden kaartjes gelegd met de redenen hiervoor. Hierdoor ontstaat een bonte verzameling aan briefjes, met daarop bijvoorbeeld ‘cultuurhistorie’ of ‘natuur’. De kaart ligt al bijna vol, maar toch zullen ergens ook briefjes met zonnepanelen gelegd moeten worden. ‘We moeten letterlijk meters gaan maken’, merkt inwoner Bart van de Wolf op.

Bij de windmolens wordt nog steeds druk gediscussieerd. Uiteindelijk gaat men hier ook over op de post-its, en kunnen de deelnemers hun mening geven over de afstand, het landschap, het milieu en ‘overig’. De meeste briefjes worden geplakt bij ‘overig’ en gaan over het financiële aspect. Is het misschien mogelijk om als inwoners deels eigenaar te worden van de molen, en er zo zelfs nog winst uit te halen?

Na 3 kwartier is de tijd om en sluit Spoelstra de sessie af. ‘We staan pas aan het begin van de plannen en zijn van plan om nog meer in zaaltjes te gaan staan. U krijgt dus nog voldoende de mogelijkheid om hierover mee te beslissen.’