De Europese wetgeving is tot een nieuw beleid gekomen dat consequenties heeft voor de markt. Volgens de Dienstenrichtlijn moet er voortaan een einddatum komen op vergunningen van de marktkooplieden waardoor er geen zekerheid meer is om op een vaste plek te kunnen staan. Maar wat houdt dit beleid eigenlijk in? Zijn de zorgen van de marktkooplieden terecht? En hoe leeft dit in Zeist? Vijf vragen hierover.

Wat houdt het nieuwe beleid in?

Het nieuwe beleid is een richtlijn van het Europees Parlement. De richtlijn bevat specifieke eisen en voorwaarden voor het instellen en afgeven van vergunningen. Lidstaten zijn verplicht om te kijken in hoeverre het noodzakelijk is om een vergunningstelsel in te stellen of in stand te houden. Als het aantal beschikbare vergunningen beperkt is, wordt er gesproken van schaars goed. Vergunningsverlening voor onbepaalde tijd bij schaars goed zou er voor zorgen dat er nooit ruimte is voor nieuwe ondernemers. Hieronder vallen de standplaatsen op de markt. In deze situatie moet een vergunning met een beperkte tijdsduur worden afgegeven.

Wat de duur van een vergunning op de markt zou zijn, is nog niet duidelijk. Dit zou tien jaar kunnen zijn, maar ook vijf of zelfs twee jaar.

Hoe ging het voorheen?

Voorheen werden de vergunningen van marktkooplieden altijd voor onbepaalde tijd verstrekt. Hierdoor waren marktkooplieden gegarandeerd van een vaste plek op de markt.

Waarom wordt dit nieuwe beleid ingezet?

Het uitgangspunt van de Dienstenrichtlijn is dat er vrij verkeer van dienstverrichting in de EU aanwezig moet zijn. Het instellen van vergunningen zou dit beperken. Door de vergunningverlening niet door te zetten voor onbepaalde tijd, komt de schaarse ruimte beschikbaar voor andere ondernemers. Hier meldt staatsecretaris Mona Keijzer in een brief aan de Tweede Kamer het volgende over: “Om een eerlijk speelveld, concurrentie en innovatie te kunnen borgen, is het van belang dat vergunningen die worden afgegeven voor het gebruik van schaarse middelen (zoals openbare ruimte) niet een onbepaalde duur hebben. Dit draagt bij aan een rechtvaardige verdeling van kansen voor alle ondernemers, waarbij de lokale overheid tegelijk de leefomgeving kan beschermen.”

Wat doen de gemeenten?

In veel gemeenten is er nog onduidelijkheid over het hanteren van het nieuwe beleid. De Centrale Vereniging van de Ambulante Handel (CVAH) heeft een onderzoek in gang gebracht over de gevolgen van het beleid. Het rapport hiervan is overhandigd aan staatsecretaris Mona Keijzer. In dit onderzoek zijn er enkele gesprekken gevoerd met gemeenten en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Door de gemeenten werden er niet altijd argumenten gegeven over de gemaakte keuzes bij hun vergunningenbeleid. Vaak wordt verwezen naar de Dienstenrichtlijn en wordt gezegd een gevarieerde markt in stand te willen houden. De meest voorkomende vergunningsduur is vijf jaar. Enkele gemeenten zoals Almere kiezen met juridische argumenten voor het verlenen van een vergunning voor onbepaalde tijd, zo meldt CVAH 2019.

In november wordt er door de VNG een bijeenkomst georganiseerd waarbij gemeenten samen komen over dit beleid.

Hoe reageren de marktkooplieden in Zeist?

Vrijwel elke markteigenaar in Zeist weet af van het nieuwe beleid. Velen van hen zijn bezorgd en zijn het niet eens met het nieuwe beleid.

Markteigenares Hendie van de Sluis verkoopt al zestien jaar ondermode op de markt in Zeist. Ze begrijpt dat het beleid in Europees verband nuttig kan zijn voor bepaalde vergunningen, maar niet voor de markt, omdat er niet veel marktmensen meer zijn. Daarnaast vertelt ze dat als zij weg zou moeten er geen garantie is dat de nieuwkomer het redt. Sluis: “Je hebt een opbouw nodig om een bepaald inkomen en klanten te kunnen krijgen. En dat wordt kapot gemaakt door zo’n vergunning.”

Markteigenaar Adriaan verkoopt nu vijf jaar natuurvoeding en supplementen op de markt in Zeist nadat hij de kraam heeft overgenomen van zijn vader. Adriaan vindt het beleid geen goede ontwikkeling voor de markt. “Als ik hier na vijf jaar weg moet, zou ik dat heel vervelend vinden. Je bouwt in die jaren iets op en krijgt vaste klanten.” Daarnaast vertelt Adriaan dat de markt een beetje aan het leeglopen is en het daarom voor nieuwkomers waarschijnlijk niet ingewikkeld is om een plek te krijgen.