ZEIST - Bram van Helmondt (32) begon zes jaar geleden zijn eigen bedrijf Bram’s Pannenkoeken. Na een bakfiets, bakbrommer en bakbar is hij nu bezig met een pipowagen op de Maliebaan in Utrecht. Zijn bedrijf is aan het groeien en hij heeft hoge ambities. Hij vertelt hoe het was om zijn eigen bedrijf op te zetten en wat zijn toekomstplannen zijn.

“Die liefde voor pannenkoeken heb ik vanuit huis meegekregen. Bij mijn ouders thuis leerde ik het bakken van mijn pa. ´s ochtends gingen we vissen en als we dan weer thuiskwamen bakte ik hele stapels met pannenkoeken. Dan aten we ze op met stroop uit zo’n kartonnen pot. Uiteindelijk ben ik voor vrienden gaan bakken. De reacties waren dan altijd heel erg leuk. Ik maak namelijk specifiek dunne pannenkoekjes. Langzaam begon toen het idee om een eigen restaurantje te openen later, maar op dat moment durfde ik dat nog niet aan.

Ik werkte eerst als sportinstructeur bij de landmacht. Op een gegeven moment moesten ze bezuinigen. Eén op de drie instructeurs zouden eruit gaan. Ik kon toen met defensie een regeling treffen. Dat was één jaar betaald ondernemerschap. Ik was toen nogal aan het kwakkelen over wat ik moest gaan doen, omdat ik altijd had gesport. Ik zat toen ook met mijn enkel. Daar had ik zes botsplinters in opgelopen. Op een gegeven moment heb ik toch de stoute schoenen aangetrokken.

Ik had zes botsplinters opgelopen

 

 

Mijn oorspronkelijke idee was een marktkraam. Maar toen ik met mijn vrouw in Italië was, wees zij mij op een ijsfiets. ‘Is dat niet iets voor jou?’, vroeg ze aan mij. Ik begon te denken. De doelgroep werd makkelijker en ook breder en het zou dan niet alleen voor op de markt zijn. Na de vakantie ben ik meteen langs een vriend gegaan, die toevallig een oude ijsfiets had staan. Stom toeval. Ik kon de fiets overnemen en liet een zorginstelling in Den Dolder het als projectje gebruiken. Dat vonden ze superleuk en ze zijn aan de gang gegaan. Daarna ben ik de fiets gaan versieren met mijn oom, die kunstenaar is.”

Start Bram’s Pannenkoeken

“Ik was 26 jaar toen ik startte met mijn eigen bedrijf. Dat was goed, want als het niet zou lukken had ik nog keuze zat. Maar ik had er volle vertrouwen in dat het een succes zou worden. Iedereen verklaarde mij voor gek. Ik ben namelijk hier begonnen!” Bram wijst uit het raam naar de hoek van de straat. “Dat hoekje. Elke woensdagmiddag stond ik hier te bakken. In m’n eentje. Soms stond ik voor acht euro per dag pannenkoeken uit te delen. Dat is natuurlijk niet veel. Maar het kon doordat ik financieel nog ondersteund werd door de landmacht. Mensen vonden het zo leuk dat ik hier dan aankwam met het fietsje en mijn ding ging doen. Vandaag de dag hebben mensen het er nog over: ‘Hé, jij bent toch die jongen van de hoek van de straat?’”. Bram glimlacht.

“Na een jaar zijn we met het bouwen van de tweede wagen begonnen. Dat was de bakbrommer. Daarbij kon je met z’n tweeën staan bakken, waardoor je dus op één dag met drie bakkers kon draaien. Dat betekende dat ik grotere opdrachten kon aannemen en ook meer geld kon verdienen. En zo ging dat eigenlijk vrij snel heel soepel. Ik begon natuurlijk alleen en nu heb ik zes jongens en meisjes in dienst op oproepbasis. Naast de mobiele wagens hebben we nu in Utrecht op de Maliebaan ook een vergunning. We hopen vanaf 1 februari daar weer te kunnen starten. Doordat we vorig jaar druk bezig waren met het bouwen van de pipowagen voor op de Maliebaan, konden we daar pas later beginnen. Daardoor was vorig jaar eigenlijk een spek-en-bonen-jaar. Het was echt een slecht jaar.”

Bram aan het bakken op de bakbrommer.
bramspannenkoeken.nl

Afgelopen jaar

“De week dat we begonnen op de Maliebaan was het namelijk ook 40 graden. Dat was die ontzettend warme week. In de hoogzomer verkochten we bijna helemaal niks. Maar we wilden toch onze naam laten zien en we dachten: we zien het wel. Dat was gewoon echt heel slecht. Nu willen we in dit nieuwe jaar gewoon gaan vlammen. Wat we namelijk deze zomer gaan proberen, is een bolletje ijs op de pannenkoek. Daardoor maak je het wat kouder en meer zomers. Eerlijk is eerlijk als het buiten 25 graden is, pak ik ook liever een ijsje dan een pannenkoek. Zo simpel is het ook. Maar we hebben niet per se een tijdsvoorkeur in het jaar. Wel een temperatuur voorkeur natuurlijk.” Bram lacht even. “Helaas zijn alle vergunningen voor de wintermaanden al vergeven. De oliebollenkraam staat daar al. Ik zou het heel graag willen om het hele jaar op de Maliebaan te mogen staan, maar dat moet je dan wel gegund zijn. Over vier jaar loopt hun tienjarige-vergunning af. Dus ik ben benieuwd. Wie weet!”

Vorig jaar was meer een spek-en-bonen-jaar

 

Toekomstplannen

“Mijn droom is om ooit landelijk te gaan. De Maliebaan hebben we kunnen realiseren doormiddel van een investering en die zag ook wel leuke dingen in het bedrijf. Dat geeft mij vertrouwen. Mijn doel is om eerst Utrecht, dus de Maliebaan, draaiende te krijgen. Als dat leuk gaat zou ik graag een vast pandje in Utrecht hebben met één of twee, en misschien wel drie elektrische fietsen erbij. Vanuit het pandje kun je dan pannenkoeken afhalen, maar ook even komen eten met het gezin. Zodoende hoop ik daar een concept voor te kunnen maken. Na Utrecht zou ik graag naar Breda willen. Dat wordt dan de eerstvolgende stad. Als het dan leuk gaat, kunnen we meer steden gaan doen. Ik ben natuurlijk van huis uit gewoon sportinstructeur en voor de rest ben ik ondernemend heel laag. Organisatorisch is het voor mij al heel moeilijk. Dus ik ben heel benieuwd hoe dat allemaal gaat ontwikkelen.

Ik merk wel dat mijn wereld kleiner werd toen ik begon met ondernemen. Je zet jezelf en de sociale druk op een lager pitje. Dan merk je wel wie je echte vrienden zijn. Mensen verwachten veel meer van je. Je stelt je prioriteiten in het werken en als je dan vrije tijd hebt dan stop je die in je gezin. Daardoor maak je soms egoïstische keuzes, ten opzichte van vrienden en kennissen. Soms denk ik weleens: moet ik alles opzijzetten voor het werk, voor het succes of een droom die je wilt realiseren?

Op dit moment zijn we bezig met de 5e mobiele wagen, een elektrische bakfiets. Daarnaast heb ik nu een bakfiets, een bakbrommer, een barretje en de pipowagen. De 6e zou dan een rijdende bus of wagen worden. Mijn vrouw is het opbouwen en afbouwen namelijk wel een beetje zat. Met zo’n bus doe je de klep open en kun je beginnen met bakken. Wij zijn nu meestal bij een opdracht als eerste aanwezig en gaan pas als laatste weg. Het zou wel lekker zijn als dat een keer niet hoeft. Aan de andere kant denk ik dat die kleine wagens wel een onderscheidende factor is. Je kunt met een bakfiets bijvoorbeeld wel een achtertuin in.

Als mijn kinderen later het bedrijf zouden willen overnemen zou ik dat natuurlijk heel erg leuk vinden. Maar als ze bloemschikker of bouwvakker willen worden, dan denk ik: Joh, ga lekker je ding doen. Ik merk nu al wel dat mijn kinderen het leuk vinden als ik beslag sta te draaien. Dan willen ze helpen. Maar het is echt niet zo dat ik per se hoop op een overname. Ons eigen beslag in de winkels, de mobiele wagens in stand houden en een eigen eet-je-rond of eet-je-dik restaurant ernaast. Het zijn allemaal eindbaas-dromen hoor. Maar die moet je wel houden”.

Mijn droom is om ooit landelijk te gaan

 

Je werk mee naar huis nemen

“Ik eet eigenlijk door mijn bedrijf nu meer pannenkoeken dan eerst. Voorheen at ik eens in de week een hele stapel. Maar nu, zeker als ik druk bezig ben, hap ik elke dag gewoon een paar pannenkoeken naar binnen. Vorig jaar werd ik wel echt door mijn lijf gewaarschuwd. Ik werd echt ziek, ook omdat je zo hard werkt natuurlijk. Ik probeer er nu wel op te letten en minder pannenkoeken te eten.

Als ik een pannenkoek moet aanraden, is het de spek-kaas-appel pannenkoek met Italiaanse kruiden en een lijntje sambal. Dat vind ik zelf wel echt de lekkerste. Je hebt dan hartig, zoet, kruidig en pittig bij elkaar in een pan. Ik word daardoor ook vaak Chef Special genoemd”, grinnikt Bram. “Of gewoon Brammetje. Het ligt er een beetje aan bij wie je aan het bakken bent.”