Onder het genot van een kop koffie en thee, een roze koek en een tafel vol haak- en breiwerk komen de vrouwen bijna elke week samen. “Wij zitten niet achter de geraniums. Ik heb ze niet eens.” Tijdens het knutsel uur, in wijkservicepunt de Ark in centrum Zeist, komt dit keer het onderwerp ‘oud Zeist’ aan de orde. “Noem mij maar bij mijn voornaam hoor, dat vinden jullie ook toch dames?”, voor Anneke is het gewoon een gezellig onderonsje.

“Ik hoorde jullie in de gang al kletsen, jullie zijn niet vaak zo luidruchtig”, Leonie van der Snoek, wijkconsulente, komt even om de hoek kijken. Maar over ‘het Zeist uit hun tijd’ is nog zoveel te vertellen. Er is veel veranderd. Greet: “Nee, het oude Zeist krijgen we niet meer terug, daarvoor is de samenleving te veel veranderd.” Anneke: “Al die nieuwe jongelui, die hebben gewoon een heel ander leven.” Daar heeft Vronie nog een goed verhaal over: “Laatst zag ik opeens vanuit de studentenflat een jongeman in zijn blote billen lopen.” De vrouwen schateren, “Oh niet waar, en toen?” “Ik heb hem maar gewoon gelaten”, giechelt Vronie.

“Ik zag opeens vanuit de studentenflat een jongeman in zijn blote billen lopen”

Stug volk

Maar dat het toen anders was in Zeist kwam voor een groot deel door de oorlog. Hennie: “We hadden weinig voorzieningen, dus dan moet je elkaar wel helpen.” Ria: “Die saamhorigheid zijn we nu wel kwijt. Mijn man is twee jaar geleden overleden, maar de buren hebben nog nooit gevraagd hoe het met mij gaat.” Vronie: “Het was niet allemaal saamhorigheid hoor. Zeist was een NSB’er nest, zoveel verraad.” Greet: “In de oorlog hadden we niets, maar toch vond ik het oude Zeist gezelliger. Nu zijn de mensen veel stugger.” Ria: “Het dorpse Zeist is te veel Randstad geworden.”

“Zeist was een NSB’er nest, zoveel verraad”

Woningen

Net als de randstad kampt ook Zeist vandaag de dag met een woningtekort. Vronie: “Mijn man vertelde mij, dat in zijn tijd de woonstichtingen bij de uitgang van de tram in Zeist stonden.                     Grote ijzeren ringen, vol met sleutels van alle leegstaande huizen.                Ze vroegen of mensen een huis wilden huren.” Ria: “In ’77 was dit al afgelopen hoor, ik kon toen bijna niet aan een huis komen.” Anneke: “Vroeger was de slotlaan ook al een gewilde plek. De oom van mijn man heeft ooit tegen hem gezegd: ‘Dat meisje moet je houden, ze komt van de slotlaan dus het zal wel een keurig meisje zijn’, ze zouden eens moeten weten.” Weer klinkt er gegrinnik.

“Je bedoelt Termaaten, met zijn heerlijke schuimgebak!”

Nostalgie

Er zaten ook nadelen aan het oude Zeist. Greet: “We hadden toen geen zwembad in Zeist, dus dan moest je eerst met de tram naar Utrecht. Daar zat ik dan, met mijn natte kop op de terugweg.” En een eigen badkamer nu, vinden ze ook niet verkeerd. Coby:” Aan de Steylaan zat een badhuis. Het was niet vanzelfsprekend dat je een eigen douche had.” Greet: “Dan stond je er net onder en werd er al op de deur geklopt, omdat je tijd op was.” Anneke: “Het allerergste was dat ze de ruimte met een brandslang schoonmaakten. Alleen de eersten van de dag hadden een droog hokje, daarna werden ze schoongemaakt en was alles nat.”

Hennie: “Weet je wat ik wel mis, al die kleine zaakjes.” Coby: “Op elke staarthoek zat een bakker, kruidenier en slager.” Ria “Weet je nog die ene banketbakker? Ach hoe heet hij nou?” Vronie: “Je bedoelt Termaaten, met zijn heerlijke schuimgebak!” Ondertussen gaat er een theekopje rond, waar iedereen een kleine bijdrage voor de koffie en thee instopt. De dames gaan nog even door. “Was dat de zoon van? En die elektricien dan? Wist je dat de burgemeester ook in dat huis heeft gewoond. Weet je nog ’t Jagershuis, dat zag er toentertijd anders uit. Och, ja die rood met witte stalen stoeltjes in het grind.” Nog een uur en je zou zo de plattegrond van het oude Zeist kunnen tekenen. Want dat zijn deze dames nog lang niet vergeten.