ZEIST – Fred Koopman is geboren op de Molukken en woont nu met zijn vrouw in Amersfoort. In 1975 begon zijn leven in het onderwijs op de Alphons Ariensschool, een woonwagenkamp school, in Amersfoort. Zijn affiniteit met en aandacht voor de minderheidsgroepen hebben ervoor gezorgd dat hij al snel zag dat het misging met de islamitische kinderen in het Nederlandse onderwijs. Nu is hij interim-schoolleider op Al Amana, de nieuwe islamitische school in Zeist. Hij vertelt waarom het belangrijk is om vertrouwen in onszelf te hebben en open te moeten staan voor anderen.

“Levensbeschouwing wordt gevormd door je omgeving, je eigen karakter en ervaringen. Uiteindelijk moet je bij jezelf nagaan, waar hoor ik bij? Veel mensen zien hun godsdienst als levensbeschouwing, waarbij de normen en waarden al zijn vastgelegd. Voor anderen spelen ervaringen een grotere rol. Voor mij gaat het over zingeving en het zoeken naar houvast in mijn leven. Mijn ouders waren katholiek. Zelf erken ik het esoterisch christendom en voel ik mij thuis bij de inzichten die de antroposofie heeft ontwikkeld. Het lijden van een zo liefdevol mogelijk leven ten opzichte van anderen, is mijn zingeving.”

Jeugd

“Deze zingeving is bij mij al vroeg ontstaan. Ik ben geboren op Ambon, een klein eiland dat behoort tot de Molukken. Mijn ouders, broers en zussen hadden er al een heel leven opzitten. Ik ben een nakomeling. De Japanse oorlog en de tijd van Soekarno, waarin Indonesië zich onafhankelijk maakte van Nederland, hebben veel schade aangericht. Al heel jong werd ik wees en het lukte mijn zus niet om mij op te nemen in haar gezin.

‘De normen en waarden vanuit Indonesië waren lastig te combineren met de Nederlandse gedachtegang’

In de jaren zestig ben ik naar Nederland gekomen. De normen en waarden vanuit Indonesië waren lastig te combineren met de Nederlandse gedachtegang in deze tijd, de hippietijd. Al mijn vanzelfsprekendheden waren weggevallen. Ik ben groot geworden in de minderheidsgroepen van Nederland. En net als hen zocht ik een levensbeschouwing waar ik bij thuis kon komen. De islamitische cultuur in Nederland is ook aan het thuiskomen. En de stappen die het onderwijs zet dragen daaraan bij.”

Minderheidsgroepen

“Mijn affiniteit met het islamitisch onderwijs is jaren geleden begonnen. Ik ben gevraagd door de Alphons Ariensschool, een woonwagenschool in Amersfoort. Ook dit is een minderheidsgroep trouwens. Al snel had ik door dat ik mij meer moest mengen in het leven op het woonwagenkamp. Als ik de ouders mee heb, heb ik de kinderen ook. Je moet weten wat ze belangrijk vinden en ze begrijpen. Minderheidsgroepen zijn informele communicatiesystemen. De Nederlandse samenleving is vooral formeel. Met de westerse directeuren heb ik formeel overleg, maar de ouders van de kinderen noem ik bij hun voornaam. Mijn vrouw komt uit dat woonwagenkamp. We hebben twee kinderen gekregen en er zijn inmiddels vier kleinkinderen. We bouwen nog steeds door.

‘Al snel had ik door dat ik mij meer moest mengen in het leven op het woonwagenkamp’

Van 1979 tot 2001 ben ik onderwijsbegeleider geweest op meerdere scholen. Eind jaren tachtig zag ik de populatie veranderen. De binnenstad bestond uit autochtone volkswijken, arbeiderswijken en wijken met witte kinderen. Maar door de gezinshereniging kwamen er steeds meer kinderen van niet-westerse afkomst. Dit zag je ook terug in de schoolbanken. Al gauw merkte ik een gebrek aan belangstelling voor deze nieuwe groepen kinderen. Leerkrachten hadden er niet zoveel zin in.” 

‘Door de gezinshereniging kwamen er steeds meer kinderen van niet-westerse afkomst’

Islamitisch onderwijs

“Als wij dan kwamen kijken dan zagen we die kopjes draaien op hun stoelen. Ze waren met hele andere dingen bezig wanneer de leerkracht een prentenboek voorlas. Al maanden moesten ze meedoen in de les, maar ze spraken nog geen woord Nederlands. Er moest wat gebeuren aan het taalniveau en de veiligheid van de kinderen. In die tijd zijn de eerste islamitische scholen opgericht. Ik heb veel samengewerkt met besturen en ervoor gezorgd dat er leerkrachten en methodes kwamen. Zo konden kinderen zich ontwikkelen en achterstanden inhalen. Diezelfde kinderen geven nu hier, op Al Amana, les.

‘Maanden moesten ze meedoen in de les, maar ze spraken nog geen woord Nederlands’

Nog steeds integreert de westerse samenleving moeilijk met de minderheidsgroepen. Het is niet zo dat we elkaar niet willen kennen, maar we weten gewoon niet beter. Dat komt omdat we elkaar niet genoeg zelfvertrouwen en waardering geven. En dat is onder andere omdat islamitische ouders hun kinderen naar het openbaaronderwijs of in sommige gevallen naar het christelijk onderwijs moesten sturen. Want laten we eerlijk zijn, ouders hadden geen keus. Voor velen van hen, de tweede generatie sinds de gezinshereniging, is het te laat om nog te kunnen integreren en een passende baan te vinden. Voor hun kinderen willen ze zoveel mogelijk kansen. En christelijk onderwijs was gewoon gedegen onderwijs, de rest namen ze voor lief. Dus ook dat hun kinderen vaak verplicht mee moesten doen met de christelijke rituelen. Die verplichting zou ik hier niet willen.

‘Christelijk onderwijs is gewoon het beste onderwijs, de rest nemen ze voor lief’

Door islamitische kinderen eerst vertrouwen in hun eigen religie mee te brengen, denk ik dat zij op het voortgezet onderwijs beter functioneren. Hier zie ik dan liever geen aparte scholen. Als het op de basisschool goed gedaan is, zijn kinderen daarna vertrouwd genoeg met zichzelf om mee te draaien in de westerse samenleving.

Het is wel terecht dat het islamitisch onderwijs, net als ander onderwijs, zo onder een vergrootglas ligt. Als er bewijs is dat een school niet participeert vanuit de democratische standaard, dan is het nodig dit te veranderen. Iedereen mag een eigen vertrouwde plek vormen, maar je bent hier in de democratische rechtsstaat van Nederland. Daar moet iedereen in meegaan. De kritiek zet in mijn ogen aan tot verbetering.

Als we elkaar dan ook nog gaan zien als waardevolle toevoeging, denk ik dat we stappen zetten. Voor Al Amana hoop ik een stijgende lijn te zien. Ik hoop dat dit een plek wordt waar we kinderen een goede en vertrouwde basis meegeven en daarnaast hoogstaand onderwijs kunnen bieden.”