ZEIST – Marianne de Jong (64) is docent in het vak levensbeschouwing en Spaans op de Zeister vrije school. Daarnaast werkt ze daar ook als administratief medewerkster. Marianne sprak onder andere in een inspirerende toespraak over het 100-jarig bestaan van de vrije school. Zij vertelt ons wat meer over de basisleer van de vrije school en wat de reden kan zijn dat de vrije school nu zo in opkomst is in Nederland.

De vrije school bestaat honderd jaar en werd opgericht door de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner. Hij staat bekend als de grondlegger van de spirituele filosofie, antroposofie. Dit is een spirituele stroming binnen de filosofie die het bestaan beweert van een geestelijke wereld die toegankelijk is via innerlijke ontwikkeling. Deze innerlijke ontwikkeling is gericht op het versterken van het bewustzijn. Het woord ‘vrij’ in vrije school slaat op de school die vrij wil zijn van staatsinmenging. Het vrijeschool-onderwijs is in opmars en nu populairder dan ooit tevoren.

 

U sprak aan het begin van het jaar in een toespraak over het 100-jarig bestaan van de vrije school. Kunt u daar iets over vertellen?

“Ik sprak onder andere over de mensen die de school 100 jaar geleden durfden op te richten. Dat was eigenlijk een ontzettende cultuurrevolutie. Ik vertelde wat er nodig is om dat cultuurvernieuwende, wat de vrije school 100 jaar geleden had, vast te houden. Want we zijn nu bijna een soort van mainstream-school geworden. Wij doen ook de CITO ’s en we zijn hartstikke braaf voor de inspectie. Hierdoor is de vrije school nu wel wat meer geaccepteerd. Maar dat echte vernieuwende, wat de vrije school wilde, dat dreigt nu ondergesneeuwd te raken. Iedereen heeft het over de druk op de kinderen. De prestatiedrang voelen ze hier nu ook. Dat wilden we juist niet.”

 

Out-of-the-box denken is er daar niet bij

 

De vrije school is nu wat meer in opkomst. Wat is een reden daarvoor?

“Ja, dat zijn twee dingen. Aan de ene kant past de vrije school nu meer in het bestaande beeld. We zijn namelijk behoorlijk braaf geworden en willen ook laten zien hoe goed we het doen met alle toetsjes en testjes op z’n tijd. Daardoor vallen we meer binnen het reguliere en dat maakt de keuze voor ouders makkelijker.

Aan de andere kant voelen ook veel ouders op het reguliere onderwijs onvrede over de prestatiedruk, waar de kinderen aan worden blootgesteld. Ze moeten daar in de kleuterklas al examentjes doen. Je wordt er toch helemaal gek van. Het zijn alleen maar testjes. Ze denken in de gebaande paden. Out-of-the-box-denken is er daar niet bij. Dat goed-en-fout-denken is zo bepalend op die jonge leeftijd. Ik denk dat ouders daar op dit moment vrij massaal op afknappen.”

 Hoe gaan jullie in het vrije schoolonderwijs om met de verschillende geloven en levensbeschouwingen? Geven jullie alleen les vanuit de antroposofie?

“‘Ze zijn een levensbeschouwelijke school en doseren antroposofie’. Dat was vroeger het verwijt tegen vrije scholen. Dat is niet waar. We hebben het nooit over de inhoudelijke ideeën uit de antroposofie met de kinderen. Maar we werken wel vanuit basisideeën die uit de antroposofische opvatting van het leven komen. Ik vertel de kinderen niet dat het leven zus of zo in elkaar zit. Dat willen we juist niet. In de levensbeschouwelijke lessen willen we vooral het gevoel van de kinderen aanspreken. We bespreken daar ook meerdere religies en spirituele bronnen. Dit is DE visie van de wereld, dat willen we helemaal niet uitdragen. We voeden de kinderen op als vrij mens. De antroposofie is geen religie of wijze van leven. Voor mij is het een hypothese. Ik weet niet of het klopt en dat zal ik in dit leven nooit weten.

We leven in een samenleving waar verschillende religies een plek moeten hebben. Wij hopen ook dat alle religies hun plek kunnen vinden bij ons op de vrije school. We willen heel graag laten zien dat we kunnen samenleven met veel religies en culturen. Maar de vrije scholen hebben altijd wel een christelijke signatuur gehad. Het verschilt wel universeel. In Egypte zijn ze nu heel erg bezig met vrije scholen. Daar zoeken ze juist naar de verbinding tussen de antroposofie en de islam. Die verbinding kan ook zeker. Dat komt ook doordat die drie grote monotheïstische religies uit dezelfde bron komen. Het jodendom, christendom en de islam liggen dicht naast elkaar en zijn daarom heel goed te verbinden met de antroposofie. We sluiten natuurlijk wel aan bij de West-Europese agrarische christelijke kalender. Dat was hier gewoon het cultuurgoed, waar je op aansluit. We vertellen niet inhoudelijk veel meer christelijke verhalen. We gebruiken het jaarritme van die kalender. Misschien is dat in de toekomst wel anders.”

Is er veel diversiteit op de vrije school?

“Ik vind het te weinig. Maar ja, onze school zit ook wel in het Lyceumkwartier. Dat zijn niet echt diverse wijken. We hopen wel dat er op de school die in het midden van Zeist zit wel wat meer divers publiek komt. Ik zie gewoon weer een terugkeer naar de verzuiling. Waar we eigenlijk net vandaan komen. Misschien moet dat ook een tijdje zo zijn. Dat je leeft in de omhulling van je eigen groep. Maar het is niet wat ik zou wensen. Ik zou liever zien dat mensen meteen elkaars religieuze stuk zouden waarderen. En dat we erkennen wat we allemaal gemeen met elkaar hebben. Het diversiteitsvraagstuk is bij ons op school dus nog best wel een dingetje.

De vrije school is oorspronkelijk opgericht voor arbeiderskinderen. We zijn toch nog een beetje elitair. Het is waar dat de meeste ouders van vrije schoolkinderen hoogopgeleid zijn. Dat is ook logisch. Ouders die daar minder over nadenken zeggen gewoon: ‘Die school op de hoek’. Ouders die wat meer nadenken wat ze voor hun kind willen, komen desnoods van de andere kant van Zeist hiernaartoe voor een vrije school. Als ouder moet je dan niet vol zitten met alleen maar overleven en de eindjes aan elkaar knopen. Dan heb je geen tijd om zulke keuzes te maken. We hopen dat we op het gebied van divers nog groeien in alle opzichten.”

 

Ik vraag mij dan af: wordt de wereld daar nou beter van?

 

Er is een groei te merken bij het vrije basisschoolonderwijs. Is deze groei ook te zien bij het vrije middelbare en vrije hogeschool onderwijs?

“Ik geloof dat ze op het vrije middelbare onderwijs dezelfde beweging hebben als bij ons op het basisonderwijs. Alleen is meegroeien met de vraag voor hen echt heel erg moeilijk in deze tijd van het lerarentekort. Het is ook zware uitdaging voor het middelbare schoolonderwijs, want daar wordt de druk van de examens die gehaald moeten worden heel erg gevoeld. Vroeger deed je namelijk in het dertiende jaar op de vrije school even een klaarstoomprogrammaatje en dan haalde je je Vwo of je Havo gewoon. De minister van onderwijs heeft een aantal jaren geleden gezegd: ‘Da’s duur, die kinderen doen allemaal een jaar langer over hun diploma’. Toen werd de geldkraan dichtgedraaid. Dat betekende dat het vrije school curriculum (leerplan), wat breed was, heel erg ingedikt moest worden. Omdat ook nogal dat examengedoe geleerd moest worden. Dat is in mijn ogen niet bepaald een vooruitgang voor de vrije school geweest. Op dat moment moest namelijk de keuze gemaakt worden: of we worden een onbetaalbare privéschool of een leuke school die veel van zijn eigenlijke kernen verliest. De middelbare vrije scholen hebben zich toen dus heel erg aan moeten passen.

Ik zie de waanzin die er voor de examens geleerd moeten worden. Daar gaan mijn haren recht van overeind staan. Ik weet nog bij mijn dochter: zij had kunstgeschiedenis als eindexamenvak. Ze moest de kunstgeschiedenis van de prehistorie tot gisteren kennen. Alle kunststromingen, alles. En dat examen ging uiteindelijk over dit.” Marianne laat een kleine ruimte zien tussen haar wijsvinger en duim in. “Zo totaal onrechtvaardig vind ik het. Alleen al die manier van examineren. Wie heeft uit die duizenden jaren nou juist dat stukje scherp in beeld? Ik vraag mij dan af: wordt de wereld daar nou beter van?”

Hebben ex-leerlingen van de vrije school een voordeel in hun latere leven dan ex-leerlingen van een reguliere school? En in wat voor opzicht dan?

“Ja. Ja, dat vind ik.” Marianne lacht eventjes. “De vrije school heeft een paar idealen, die zijn: tolerant zijn, geen geld achternajagen, niet te veel om de uiterlijke carrière, open zijn naar andere mensen en open zijn voor andere culturen. Het gaat natuurlijk niet in alle gevallen goed. Maar als de vrije school die idealen goed heeft benaderd, dan zie je dat gewoon terug bij een ex-leerling. In de jaren negentig was er behoorlijk veel wantrouwen naar de vrije scholen toe. Er zouden racistische dingen geleerd worden bij ons. Ik zie dat niet terug. Ik zie dat gewoon niet terug in de praktijk. Ik vind het ook interessant dat een relatief hoog percentage van oud-vrijscholieren blijkt te trouwen met iemand uit een ander land.

Er is in de jaren zestig een onderzoek geweest in Duitsland. Daar vroegen ze zich af wat voor type burger de vrije school levert. Er kwam uit dat dit een soort softies waren. Geen carrièrejager, geen snelheidsmaniak, niet iemand van het ellebogenwerk, enzovoorts. Ik bedoel soft trouwens wel in een positieve zin hoor. Want volgens mij moet de wereld veel meer softies krijgen willen we het overleven met het klimaatprobleem.”